Druk deze pagina afPrint deze pagina

Partner naar verpleeghuis: opluchting en verdriet

Een opname in een verpleeghuis van een partner met dementie geeft opluchting bij de achterblijvende mantelzorger maar ook verdriet. ‘Je weet dat het de beste beslissing is, maar de pijn blijft.’

Mantelzorgers die hun taken overdragen aan een zorginstelling omdat thuis wonen niet meer gaat, ervaren tegenstrijdige gevoelens. Aan de ene kant is er de opluchting dat de zware zorgtaken stoppen, aan de andere kant het grote verdriet vanwege het gemis van je partner.

Tranen in de ogen

Twee maanden geleden verhuisde de echtgenoot van Joan Jansen (75) naar een verpleeghuis in Noord-Holland-Noord. Sinds 2016 heeft hij de ziekte van Alzheimer maar vooral het laatste jaar ging het zo snel bergafwaarts dat thuis wonen niet meer mogelijk was. ‘Ik weet rationeel dat het goed is dat mijn man in een verpleeghuis woont. Er was geen andere keuze omdat ik er zelf bijna aan onderdoor ging. Toch doet het me veel verdriet. Nu ik dit vertel, staan de tranen weer in mijn ogen’

Enorme rust

De eerste dag in het verpleeghuis nam Jansen afscheid van haar man door te zeggen dat ze even boodschappen ging doen. ‘Dat werkte prima, hij bleef rustig. Zelf heb ik buiten vreselijk gehuild. Maar ik alleen thuis op de bank zat, voelde ik een enorme rust over me komen. Alsof er kilo’s ballast van mij af vielen.’

Zorgen en stress

Het gedrag van haar man veranderde sinds Kerst vorig jaar. Hij werd boos, liep steeds weg of verstopte zich op de vreemdste plekken. Het dwalen en de agressie namen toe en daarmee ook de zorgen en stress bij zijn vrouw. ‘Ik ben niet op mijn mondje gevallen en kon daardoor zijn agressie en vreemde gedrag verbaal aan, maar het kostte me steeds meer energie. Totdat ik opeens ging hyperventileren. Ik kreeg geen lucht en belde in paniek de huisarts voor iets rustgevends.’

Het kon niet langer

Dat was het punt waarop Joan Jansen besefte dat het zo niet langer kon. ‘Zonder hulp zou ik in het ziekenhuis belanden. De casemanager van Geriant heeft toen alles in het werk gesteld om te regelen dat mijn man snel naar een verpleeghuis in de buurt kon.’

Verder achteruit

Ondanks de goede zorgen in het verpleeghuis gaat haar man mentaal verder achteruit. ‘Ik herken hem niet meer. Hij gaat zomaar ergens plassen omdat hij de wc niet kan vinden. Hij is voortdurend boos en huilt veel. Dat heeft niets met het verpleeghuis of de zorg te maken, niets dan lof voor de verzorgenden. Ik denk dat de overgang van ons huis naar het verpleeghuis te veel is.’

Waar is mijn man?

Ook voor Joan Jansen is de nieuwe situatie moeilijk te verwerken.Waar is mijn lieve geestige, handige, belezen man gebleven? Hij heeft vroeger veel geschilderd en geëtst. Enkele werken hangen in zijn kamer maar hij herinnert zich niets. Het is ontluisterend te zien hoe er niets meer van mijn man overblijft.’

Red je het wel?

Desondanks probeert ze uit iedere dag iets goeds te halen. ‘We moeten beiden leren accepteren dat dit is wat het is. Laatst vroeg mijn man: “Red jij het financieel nog wel?” Ik antwoordde dat het financieel prima met me gaat en dat hij zich daarover geen zorgen hoeft te maken. “Dan is het goed”, antwoordde hij tevreden. Dat vond ik zo bijzonder. Dan herken ik weer even mijn eigen lieve zorgzame man.’

Joan Jansen is een fictieve naam op verzoek van de geïnterviewde.

< Terug naar home
Deel deze pagina