Druk deze pagina afPrint deze pagina

Omgaan met hersenspinsels

Bij het ziektebeeld dementie horen vaak wanen en hallucinaties. Iemand is op zo’n moment de grip op de werkelijkheid kwijt. Mariska Appel, GZ-psycholoog bij Geriant: ‘Ga er vooral niet tegenin.’

Bij wanen en hallucinaties verliest iemand de greep op de werkelijkheid. De overtuigingen, beelden en sensaties zijn op zo’n moment zó levensecht, dat het onmogelijk is iemand de realiteit onder ogen te laten zien. Veel mensen met dementie hebben last van dit verschijnsel. Met name bij Lewy Body- en Parkinson-dementie komt het veel voor. Het kan bij deze vormen zelfs het eerste ziektesymptoom zijn. Bij de ziekte van Alzheimer en vasculaire dementie ontstaan wanen en hallucinaties meestal later in het ziekteproces. In stressvolle periodes – een drukke verjaardag, een verhuizing – kunnen de ziekteverschijnselen tijdelijk toenemen.

Wanen en hallucinaties

Mariska Appel is GZ-psycholoog bij Geriant. Ze verwoordt de verschillen tussen wanen en hallucinaties. ‘Bij een waan gaat het altijd om overtuigingen. Bijvoorbeeld: iemand heeft mijn bril gestolen, de kinderen komen nooit, jij regelt zaken achter mijn rug. Voor mantelzorgers is het pijnlijk. Ze doen hun uiterste best, en worden vervolgens beschuldigd van iets wat niet waar is. Bij hallucinaties gaat het om zintuiglijke waarnemingen. Iemand ziet mensen in huis of schimmen in de nacht, hoort stemmen of voelt een hand op de schouder.’ Wanen zijn volgens Mariska Appel bijna altijd negatief getint; vaak is er sprake van achterdocht. Hallucinaties kunnen ook een positieve inhoud hebben. ‘Soms zit iemand met dementie gezellig naast de overleden partner op de bank. Dat brengt de persoon tot rust.’

Meegaan in gevoel

Veel mantelzorgers worstelen met de hersenspinsels van hun geliefde, méér dan met het geheugenverlies. ‘Bij geheugenverlies kun je als mantelzorger iets betekenen’, vertelt de psycholoog. ‘Je schrijft de afspraken in een grote agenda en helpt steeds opnieuw zoeken naar sleutelbos en portemonnee. Maar wanen en hallucinaties zijn zó ongrijpbaar dat het veel mantelzorgers beangstigt. Ze kunnen er moeilijk mee omgaan.’

Ontkennen werkt averechts

Als iemand irreële gedachtes uit, ben je als weldenkend mens gauw geneigd ze te weerspreken: ‘Ben je mal, er ligt natuurlijk niemand onder het bed.’ Maar ontkennen werkt volgens Mariska Appel averechts. ‘De ander voelt zich onbegrepen’, zegt ze. ‘Ga óók niet mee in de waan of hallucinatie. Zo van: “Ik zie het ook, daar staan ze. Kom op, we gaan ze pakken!” Maar probeer iemand gerust te stellen en ga mee in het gevoel. “Het moet heel angstig voor je zijn. Nu is het verdwenen. Het is weer veilig.”’

Samen sterk

Wanen en hallucinaties horen bij dementie en ontstaan meestal sluipend. Als ze zich plotseling voordoen, kunnen ze ook het gevolg zijn van medicatie of een onderliggend ziektebeeld, een zogenoemd delier. Zo’n delier kan optreden bij bijvoorbeeld een blaas- of longontsteking. Mariska Appel adviseert mantelzorgers om voor hun geliefde met waanideeën een prikkelarme omgeving te creëren. ‘Met veel frutsels in de kast en jassen aan een haak, is er meer kans op misinterpretatie’, zegt ze. Ook raadt ze mantelzorgers aan verwijten niet persoonlijk te nemen én om lotgenoten op te zoeken. ‘Door erover te praten, verdwijnt het taboe. Je leert er beter mee omgaan en krijgt meer controle over de situatie. Dat lucht op, voor beide partijen. De partner met dementie voelt zich begrepen. Je ervaart weer het gevoel van: samen sterk.’

 

 

 

< Terug naar home
Deel deze pagina