Druk deze pagina afPrint deze pagina

Een ander mens

Dementie gaat vaak gepaard met gedragsveranderingen, zoals boosheid, ongeremdheid of somberte. Dat maakt de zorg voor mantelzorgers extra zwaar. Hoe ga je om met veranderd gedrag?

‘Elke gedragsverandering is heftig’, zegt Mariska Appel, psycholoog bij Geriant. ‘Omdat het steeds een stukje afscheid is van iemands vertrouwde persoonlijkheid.’ Boosheid en somberte zijn voorbeelden van zulk gedrag. Deze komen veel voor in het begin van het dementieproces, als mensen nog goed beseffen dat ze de grip op de omgeving verliezen. Mariska: ‘Ze worden steeds opnieuw geconfronteerd met hun onvermogen. Uit onmacht worden ze verdrietig en boos op zichzelf. Dat reageren ze af op anderen. Vooral de mensen die het meest nabij staan krijgen het te verduren.’

Ongeremd

Ook ongeremdheid en decorumverlies zijn gedragsveranderingen die moeilijk te accepteren zijn voor veel mantelzorgers. Mariska: ‘Ongeremdheid komt veel voor bij fronto-temporale dementie. Mensen eten bijvoorbeeld alles op wat ze zien, of boeren in een restaurant. Soms zijn ze ongeremd in hun taalgebruik. Ze maken ongepaste opmerkingen of schelden op vreemden. Ook seksuele ongeremdheid komt voor, bij zowel mannen als vrouwen. Ze vliegen iedereen op de hals en willen knuffelen.’

Startmotor stuk

Apathie is ook een gedragsverandering waar mantelzorgers het volgens Mariska Appel moeilijk mee hebben. Mariska: ‘Mantelzorgers zeggen: “Hij zegt wel steeds dat hij in de tuin gaat werken, maar hij doet het niet. Hij zit de hele dag maar in de stoel.”’ Bij mensen met dementie is ‘de startmotor’ kapot. Ze kunnen wel bedenken dat ze in de tuin willen werken, maar ze nemen geen initiatief vanwege de schade in hun hoofd. Mariska: ‘Je kunt iemand beter een steuntje in de rug geven, dan gaan trekken en duwen. Bijvoorbeeld: “Kom, we zetten samen de grasmaaier alvast buiten.” En niet: “Je zou het gras toch gaan maaien?”’

Begrenzing

Bij ongeremdheid is het advies om de begrenzing van buitenaf op te leggen. Mariska: ‘Zet niet het pak hagelslag op tafel, maar smeer een broodje met hagelslag. Als het op is, is het op.’ Als de geliefde bijvoorbeeld veel vloekt tijdens voetbal op televisie, kun je voorkomen dat hij naar voetbal kijkt. Scheldt hij of zij in de bus of metro, reis dan met een auto. Bij seksuele ongeremdheid kan een uitgesproken zakelijke benadering helpen.’

Olie op het vuur

Bij boosheid en somberte adviseert Mariska Appel altijd om de geliefde zo weinig mogelijk te confronteren met de tekenen van dementie. ‘Als je bijvoorbeeld zegt: “Dit is de tiende keer dat je het vraagt. Weet je het nu nog niet?” dan is dat olie op het vuur. Iemand wordt weer met de neus op de feiten gedrukt.’ Maar ook drukt ze mantelzorgers op het hart om zich niet schuldig te voelen als ze toch eens uit hun slof schieten. ‘We zijn allemaal mens’, zegt ze. ‘Het is heel begrijpelijk dat je soms je geduld verliest.’

Zoen

Mariska Appel wijst erop dat somberheid iets anders is dan een depressie. ‘Vaak wordt gedacht: het hoort erbij’, zegt ze. ‘Maar een depressie hoort niet bij dementie. Dus als iemand met somberte de eetlust verliest en een doodswens heeft, schakel dan een deskundige in. Een depressie kan goed behandeld worden. Ook bij mensen met dementie.’ Overigens komt het ook voor dat dementie gepaard gaat met een positieve gedragsverandering. Mariska: ‘De ziekte maakt sommige mensen zachter en vriendelijker. Laatst hoorde ik een dochter zeggen: “Moeder gaf ons nooit zomaar een arm of een zoen. Nu doet ze dat wel.”’

 

Meer informatie

Bekijk een korte video over gedragsveranderingen 

 

< Terug naar home
Deel deze pagina