Druk deze pagina afPrint deze pagina

Wat zou u doen? Lezers adviseren lezers

‘Mijn man kan zich niet meer gedragen in gezelschap. Hij praat dwars door andere gesprekken heen, stelt onbeleefde vragen, en vertelt persoonlijke dingen aan mensen die we nauwelijks kennen. Ik schaam me voor hem en heb ook het idee dat andere mensen hem liever kwijt dan rijk zijn. Moet ik hem voortaan maar thuis laten of heeft iemand tips?’ J.V.

Rein de Wit, voorzitter voetbalclub VVS’46 in Spanbroek: ‘Een vrijwilliger van ons, laat ik hem Kees noemen, begon een tijdje terug vreemd te reageren. Bij het schoonmaken van de vloer trok hij rare banen, hij gaf vreemde antwoorden. Collega-vrijwilligers wisten er niet goed raad mee. Ze zeiden: “Kom op, dat weet je toch wel?” Tot zijn vrouw voorstelde dat Geriant langs zou komen. In een bijeenkomst met alle vrijwilligers heeft Geriant praktische tips gegeven. Nu weten wij dat als Arie zegt: “Kijk, daar loopt iemand”, je kunt antwoorden: “Goh Kees, je kunt wel eens gelijk hebben, maar ik zie hem niet zo gauw”. Ze zeiden ook: “De humor moet erin blijven, je mag best eens een gekke opmerking naar hem maken." Je ziet dat alle vrijwilligers nu rekening met hem houden. Het zijn vaak 65-plussers die moeite hebben met het omgaan met emoties. Maar dat gebeurt nu wel, op een leuke manier. Wij vinden het belangrijk dat iemand die jarenlang een goede vrijwilliger is geweest, kan blijven doen wat hij leuk vindt.’

Julia Houtkoper: Ik herken hetzelfde bij mijn man en merkte dat we feestjes en gezelschappen gingen vermijden. Onze wereld werd steeds kleiner en ik kon met mijn verhaal bij niemand terecht. Ik heb de stoute schoenen aangetrokken en onze naaste vrienden verteld wat er aan de hand is. Zij vertelden dat zij het zeker hadden bemerkt, maar wisten ook niet goed hoe er mee om te gaan. En dan merk je wat echte vrienden zijn. Zij vangen mijn man nu op als we op een feestje zijn, en geven mij de kans met anderen in contact te komen. Openheid heeft voor mij veel opgeleverd. Het gedrag van mijn man is niet veranderd, maar het kan er nu zijn. Ik voel me gesteund door onze vrienden.

Marije van Veen: Ik merkte dat mijn ouders steeds vroeger bij ons aan kwamen op verjaardagen. En als de andere visite arriveerde gingen zij weer. Dat maakte mij kribbig. Had ik het huis nog niet op orde en stonden mijn ouders al op de stoep. Begon het feest dan waren ze weer vertrokken. Ik heb mijn moeder hiermee geconfronteerd. En schaamde me ook achteraf voor mijn reactie. Voor mijn moeder was dit de manier om te voorkomen dat anderen het lastige gedrag van mijn vader zien. We hebben samen gekeken naar oplossingen. Soms komt mijn moeder alleen en let de buurvrouw op mijn vader. En soms komen mijn ouders samen op een rustiger moment. Mijn moeder is opener geworden over de problemen van mijn vader, hierdoor kan ik meer rekening mee houden.

 

Heeft u ook een vraag aan mede-mantelzorgers?

Stel uw vraag via info@mantelzorgnieuwsbrief.nl, met de vermelding ‘lezersvraag’. Uw naam wordt alleen bij de vraag vermeld als u dat goed vindt.

 

Nieuwe lezersvraag:

‘Mijn schoonmoeder lijdt aan dementie. Het gaat nu nog redelijk, maar de zorg wordt steeds zwaarder voor mijn schoonvader. Zelf wonen we te ver weg om veel te kunnen bijspringen. Wij denken dat het voor hen allebei veel beter is om te verhuizen naar een zorginstelling bij ons de buurt. Als ze dat nu doen, kunnen ze samen blijven en kunnen wij ook meer helpen. Maar mijn schoonvader wil dit niet. Hij ziet niet dat hij daardoor straks misschien van zijn vrouw gescheiden wordt. Hoe kunnen we hem toch overtuigen? Jan Beenhakker

Wat zou ú doen? Stuur uw reactie naar info@mantelzorgnieuwsbrief.nl, met de vermelding ‘lezersvraag’.

< Terug naar home
Deel deze pagina