Bernadette Tijssens is mantelzorger van haar moeder, die dementie heeft. Bernadettes ouders wonen in een zorgcentrum in Alkmaar.

    Ma T., mijn moeder, viel 16 maart 2013 van de trap. Ik schreef er al over in de vorige weblog. Een akelig begin van een nieuwe ontwikkeling. Die veel onbekends teweegbrengt maar mij ook steeds inventiever doet zoeken naar een eigen stijl en eigen omgaan met de situatie.

    Hulptroepen

    We zijn een paar dagen verder....

    Ma T. slaapt nu in de huiskamer. De trap is een te groot obstakel om te trotseren. Bovendien blijkt zij nauwelijks op haar been te kunnen staan en is er van traplopen dus al helemaal geen sprake. Dat doen alleen de hulptroepen. Hangen wasjes boven, strijken, zoeken de leukste kleren uit haar slaapkamerkast en bergen theedoeken en dweiltjes weer beneden in de keukenkastjes. Trappetje op, trappetje af. 

    Sterk verbonden

    Wij zijn een gezin van zeven. Vijf jongens, twee meiden. Sterk verbonden aan elkaar en nog altijd niet helemaal los van de nestgeur. Wij lijken wel een stel bijtjes die de korf in en uit blijven vliegen om de koningin en natuurlijk ook de koning optimaal te voeden.

    We doen boodschappen, we koken, we houden gezelschap, verzorgen en vertroetelen. En dan komen er ’s morgens, tussen de middag en ’s avonds  ook nog eens verzorgers van de Actiezorg. Wassen, naar het been kijken, medicijnen toedienen. Het kan niet op! 

    Familierooster

    Is het gek dat Ma T. vraagt waar de andere kamers zijn en waar de andere patiënten slapen? ‘Vind het zo vreemd dat ik de directeur nooit zie, zijn er nog meer mensen en werk jij hier ook?’, zegt zij mij.

    Wie is wie? Ik kan het zelf al bijna niet bijhouden. Terwijl ik toch medeschuldig ben aan het maken van een familierooster, het inhuren van de Actiezorg en het bovenal niet kan nalaten bijna dagelijks nog even bij Pa en Ma langs te gaan. 

    Na de val

    Een van de eerste dagen na de val, merk ik dat er iets veranderd is bij mijn moeder. Ja, tuurlijk er speelden al langere tijd geheugenproblemen. Kort daarvoor was, na het onderzoek bij Geriant,  het ‘oordeel’ uitgesproken. ‘U lijdt aan dementie, hoe vindt u dat?’, vragen zij. ‘Och, ja dat is natuurlijk niet zo leuk, maar mag een mens wat hebben, ik ben al oud en ik kan er toch niets aan veranderen’, antwoordt zij.

    Maar nu is het toch echt anders geworden. ‘Waar is Pa?’, vraagt ze terwijl mijn vader tegenover haar in de kamer zit. ‘Daar, in zijn luie stoel!’, zeg ik. ‘Ach, nee kind, dat is Pa toch niet, dat is mijn vader!’ 

    De moeder die ik ken

    Op dat moment val ik stil. Terwijl er enorm veel door mijn hoofd gaat. Ik huil van binnen en voel mij een klein meisje of misschien beter gezegd een musje dat bam! uit het nest gekukeld wordt, en eigenlijk nog niet goed zonder moeder mus kan. Ik hip maar een beetje rond in de kale wereld.

    Wie is wie?

    Waar is mijn vader gebleven, Pa T. Bestaat die nog voor haar? Bestaat zij nog voor mij? Waar is mijn moeder? Waar is de moeder, die ik ken...

< Terug naar home