Druk deze pagina afPrint deze pagina

Ook tafeldekken is beweging

Niet iedereen wil naar een sportclub. Maar ook daarbuiten kun je genoeg bewegen, van traplopen tot huishoudelijke klusjes. Tips voor alledaagse beweegactiviteiten.

Of mensen met dementie voldoende in beweging komen, hangt af van henzelf en hun omgeving. Misschien houden ze niet van sport, maar kun je ze wel verleiden tot fietsen, wandelen, sjoelen, ballen, dansen of muziek maken. Ideaal is als mensen activiteiten aangeboden krijgen die ze leuk vinden en waartoe zij in staat zijn. Dat verandert vaak in de loop van de tijd. Als voorbeeld: een meneer die dol is op voetbal kan aanvankelijk zelf nog meespelen bij een vereniging. Lukt dat niet meer, dan kan hij misschien wel blijven trainen of mee-coachen bij wedstrijden. Na verloop van tijd is daarbij mogelijk begeleiding nodig. Later kun je denken aan een balletje trappen met de kleinkinderen en gaan kijken bij wedstrijden.

Strandrolstoel

Of neem een mevrouw die altijd veel ontspanning vond in strandwandelen. Zij zal vervoer nodig krijgen en begeleiding bij het wandelen. Mogelijk op een gegeven moment gebruik moeten maken van een strandrolstoel. Als het strand niet meer lukt, is er misschien een beter bereikbaar en overzichtelijker meertje in de buurt. Of speel een cd af met strandgeluiden en sta samen op om een schaal met schelpen en zand te bevoelen.

Dagplanning maken

De belangrijkste vraag is: wat wil en kan iemand? En waar heeft zij of hij energie voor over? Iemand die na een uurtje zwemmen de rest van de dag moe is, kan het toch absoluut de moeite waard vinden. Maar een ander verzorgt misschien liever (begeleid) het eigen huishouden. Wat helpt om aan voldoende beweging te komen is samen een dagplanning maken, bestaande uit haalbare voorkeursactiviteiten. Dat wil zeggen: rekening houdend met de moeilijkheidsgraad en de mate van begeleiding en de energie die het vraagt. Vergeet ook niet voorbereidingen te treffen zodat de activiteiten vlot kunnen verlopen.

Onopvallende beweging

Sommige mensen met dementie zijn erg passief en moeilijker tot bewegen te stimuleren. Denk dan aan minder opvallende beweging zoals samen (lopend of fietsend) regelmatig een boodschapje doen, naar de brievenbus of de hond uitlaten. Ook helpen met tafeldekken en de borden uit de keuken halen, bladen rapen in de tuin, spullen van boven halen, schoonmaakwerkjes, bed opmaken… het biedt allemaal beweging.

Zelfs op een stoel hoeft iemand niet stil te zitten. Je kunt de was opvouwen, maaltijdbenodigdheden snijden, roeren in de pan, deeg kneden, bloemen schikken, dieren aaien of iets creatiefs doen.

Zelfstandig doen wat lukt

Ook is bewegen mogelijk tijdens zorgmomenten, zoals opstaan, een extra stukje lopen op weg van en naar toilet, zelfstandig doen wat nog zelfstandig lukt (gezicht wassen, haren kammen, tandenpoetsen). Dek de tafel zó dat iemand bijvoorbeeld beleg moet doorgeven en zelf kan opscheppen. Laat de persoon zelf het eten snijden of prikken, en blijf zo lang mogelijk voedsel voorzetten waarop je moet kauwen. 

Lat niet te hoog

Zo kun je met een verzameling van veel kleine klusjes komen aan de ‘beweegnorm’ van een half uur beweging elke dag. Blijf bij iemands voorkeuren, biedt voldoende (begeleid) toezicht en leg de lat niet te hoog. Iets dat goed gaat, is leuk om te doen; iets dat mislukt geeft een gevoel van falen. De kans op herhaling wordt groter als iemand een duidelijke opbrengst ervaart: zinvol bezig zijn, plezier en gezelligheid, een frisse neus, een tastbaar resultaat of waardering.

 

Meer tips

Meer tips voor eenvoudige activiteiten zijn te vinden op de website van Alzheimer Nederland.

Vindt u het moeilijk om uw naaste tot activiteit te stimuleren? Een ergotherapeut kan nuttige adviezen geven over hulpmiddelen, de inrichting van uw huis en activiteiten die helpen ervoor te zorgen dat iemand zo lang mogelijk actief en zelfredzaam blijft. Informeer ernaar bij uw casemanager.

 

 

< Terug naar home
Deel deze pagina