Druk deze pagina afPrint deze pagina

Weten hoe laat het is

Margreet Berndsen is vrijwilligster in Alzheimer Café Texel. Ook in haar naaste omgeving heeft ze ervaring met dementie: haar schoonmoeder en vader leden eraan.

Hm. Dat was wel een erg hoge telefoonrekening van mijn schoonmoeder in het verzorgingshuis. Toch maar eens kijken hoe dat nou kwam. Uit de gegevens werd duidelijk dat ze al wekenlang minstens vijftig keer per dag 002 belde. De tijd. ‘Kijk, ik weet niet hoe laat het is en ik wil wel op tijd beneden zijn voor de koffie’, verklaarde m’n schoonmoeder. Lange tijd had ze de schijn goed op weten te houden, maar nu ze in het verzorgingshuis dicht bij ons was komen wonen en wij haar meerdere malen per week bezochten, zagen we pas goed wat voor obstakels de dementie voor haar begon op te werpen. Onze ogen gingen open.

Secondewijzer

‘Maar de klok dan, mam, kun je daar niet goed meer op kijken?’, vroegen we. ‘Die kan wel weg’, kregen we te horen. ‘Dat ene wijzertje blijft maar bewegen, staat nooit eens stil. Kijk, deze bedoel ik’, zei ze, wijzend naar het secondewijzertje. ‘Hoe kan ik nou zien hoe laat het is? Hij stopt nooit eens even. En als jullie die klok weggooien, kan dit vest ook gelijk mee. Er zitten allemaal gaten in. Moet je eens kijken’, terwijl haar vingers de knoopsgaten vonden.

Vriendelijke Belg

Het verwijderen van de secondewijzer bleek geen oplossing, klokkijken lukte haar gewoon niet meer. We kochten een uiterst handig apparaatje. Als je op een knopje drukte hoorde je een vriendelijke Belg zeggen hoe laat het was en ook nog of het ochtend, middag en avond was. M’n schoonmoeder was er dolgelukkig mee.

Paperclipje

We vonden papiertjes waarop ze eindeloos haar handtekening had zitten oefenen. Haar handschrift werd steeds onvaster. Toen we haar op een middag bezochten, lag er een paperclipje op haar tafel. Terwijl ik mijn hand ernaar uitstrekte, zei ze dat ik er heel voorzichtig mee moest zijn. ‘Het is gewoon kunst, dat dingetje. Heb je weleens gezien hoe prachtig dat in elkaar zit?’

Ongedierte

Onze zoon, destijds een jaar of zeven, bezocht haar ook vaak. Op een dag zei ze dat ze niet op kon staan. Er krioelde allemaal ongedierte op de grond voor haar stoel. ‘Help me, zo direct kruipen ze nog omhoog’, fluisterde ze angstig. Onze zoon, die geen beestje zag, maar wel begreep dat er enige actie van zijn kant werd verwacht, begon met kracht voor haar op de grond te stampen. ‘Kijk oma, die kruipen echt niet meer. Allemaal dood’, verklaarde hij stellig. Dat hielp, waarna ze samen in een vredige stemming een doos chocolaatjes soldaat maakten.

Frikadellen

Over eten gesproken, ook op dat gebied wisten we niet wat we zagen. Haar smaak was totaal veranderd. We konden haar geen groter plezier doen dan frites met frikadellen halen, als ze bij ons bleef eten. Haar hele leven had ze snacken verafschuwd. Nu zat ze heel gemoedereerd, samen met onze jongens, met de hand frikadellen naar binnen te werken.

Apparaten

Ze begon ook apparaten door elkaar te halen. Wilde met de afstandsbediening van haar ‘elektrische stoel’ de televisie aanzetten, wat natuurlijk niet lukte. Ook het kiezen van Nederland 1, 2 of 3 leverde problemen op. En als de zuster dan uiteindelijk de zender voor haar op voetballen had gezet, kon het haar niet boeien. ‘Ach… Zoiets heb ik al eens gezien. Toch?’

 

< Terug naar home
Deel deze pagina