Druk deze pagina afPrint deze pagina

‘Knuffels kunnen nog steeds niet’

Vanwege het coronavirus mocht Joop Kramer elf weken niet op bezoek bij zijn vrouw Ina. ‘Dat hakte er ongelooflijk in.’

‘Om mijn 84ste verjaardag te vieren zat ik afgelopen 15 maart met familie en vrienden in een restaurant. Terwijl we de menukaart bekeken – het was kwart voor zes – kregen we te horen dat de zaak onmiddellijk gesloten moest worden in verband met het coronavirus. We kregen het aanbod om het eten in bakjes mee naar huis te nemen. Het was tenslotte allemaal al warm, zei de kok. Dat hebben we toen maar gedaan’, vertelt Joop Kramer. ‘M’n vrouw Ina, die in een verpleeginrichting woont, had ik ’s morgens bezocht. In het restaurant was ze er niet bij. Dat zou te veel prikkels geven, vreesden haar verzorgenden. Ik wist op dat moment nog niet wat er boven m’n hoofd hing. Dat ik haar elf weken lang niet in haar appartement zou mogen bezoeken. Dat hakte er ongelooflijk in. Ik was gewend iedere dag bij haar langs te gaan.’

Skypen

Joop kreeg de raad met z’n vrouw te gaan skypen. Hij kocht een laptop voor haar en belde dagelijks naar de verzorgenden om Ina rond vijf uur achter het scherm te plaatsen. ‘Zo konden we elkaar tenminste nog een beetje bekijken en wat wisselen. Echt contact heb je niet, vind ik, het blijft een lapmiddel. Maar het was het enige wat kon. Ik heb grote bewondering voor de verzorgenden, die het mogelijk maakten om met Ina te kunnen skypen.’

Babbelbox

‘In mei verscheen er een babbelbox. Gescheiden door een glazen wand kon je met elkaar praten. Ze hadden hun best gedaan en de container huiselijk gemaakt. Toen ik met onze zoon Ronald achter het glas plaatsnam, verscheen er een grote glimlach op Ina’s gezicht. “Wat een mooie bloemen hebben jullie daar staan,” was haar eerste opmerking. Ze vond het helemaal niet vreemd dat we daar zo zaten. Ik vermoed en ik hoop dat ze er minder last van heeft gehad dan ik. Het was fijn om elkaar op deze manier weer eens helemaal te zien. Jammer genoeg was er maar één microfoon. Ronald en ik moesten voortdurend afwisselen om met haar te kunnen praten.’

Dikker geworden

‘Sinds kort mag ik haar in haar appartement bezoeken. Dat is inmiddels uitgebreid tot twee keer per week. Mondkapje voor en ieder aan een kant van de tafel. Ina is dikker geworden, de afgelopen maanden. Omdat haar trouwring knelde, hebben ze die af weten te krijgen en in een envelop in een laadje gestopt. “Maar ik ben evengoed nog met je getrouwd, hoor”, verzekerde Ina me. Zo’n opmerking geeft dan even wat lucht.’

Groot vraagteken

‘Ik vind het allemaal erg moeilijk. Je probeert er steeds het beste van te maken. Je kunt niemand de schuld geven, je probeert niet bang te zijn, maar onbewust ben je dat toch. De mensen beginnen alweer nonchalanter te worden. Er zou zomaar een tweede golf kunnen komen. Ik heb de afgelopen maanden echt wel eens met natte ogen rondgelopen. Het is vechten tegen de bierkaai, dacht ik dan, hoelang gaat dit nog duren? Ik mis nog altijd de kus die we uitwisselden voor het slapen gaan. En de knuffels. Die kunnen nog steeds niet. De toekomst is een groot vraagteken.’

 

< Terug naar home
Deel deze pagina